Medewerker Anje van Incozina

Om in orde te zijn met je sociale zekerheid ben je als zelfstandige verplicht om aan te sluiten bij een sociaal verzekeringsfonds. Door sociale bijdragen te betalen geniet je volwaardige sociale bescherming voor jezelf en je gezin en heb je recht op kraamgeld, kinderbijslag, ziekte- en invaliditeitsverzekering en pensioen.

Welke rechten verwerf je uit het sociaal statuut voor zelfstandigen?

Maandelijkse kinderbijslag en leeftijdsbijslag
Er zijn geen verschillende regels meer voor werknemers, zelfstandigen en ambtenaren.

In het begin van elke maand ontvang je de kinderbijslag van de voorbije maand. Het recht op kinderbijslag ontstaat vanaf de maand volgend op de geboorte van het kind.
De gezinsbijslag wordt toegekend en betaald door een kinderbijslagfonds.

  • Je kan dat fonds niet kiezen.
  • Je bent aangesloten bij het kinderbijslagfonds waar Incozina sociaal verzekeringsfonds mee samenwerkt.
  • De gewone kinderbijslag en verhoogde kinderbijslag wordt aangevuld met een leeftijdsbijslag voor kinderen vanaf 6 jaar.
  • Een tweede verhoging gebeurt vanaf 12 jaar en een laatste vanaf 18 jaar.

Kraamgeld
De geboortepremie kan aangevraagd worden vanaf de 6de maand zwangerschap. Je ontvangt dan het kraamgeld vanaf de 7de maand.

Adoptiepremie
De adoptiepremie kan aangevraagd worden vanaf de datum van de wettelijke adoptie.

Schoolpremie
Deze premie wordt uitgekeerd voor alle kinderen tot maximum 25 jaar en bestaat uit een forfaitair bedrag afhankelijk van de leeftijd van het kind.

Verhoogde kinderbijslag voor:

  • kinderen van gepensioneerde zelfstandigen en van mindervalide zelfstandigen.
  • gehandicapte kinderen jonger dan 21 jaar.
  • kinderen van volledig uitkeringsgerechtigde werklozen die een zelfstandige activiteit beginnen;
  • wezen
  • eenoudergezinnen
Gratis dienstencheques voor zelfstandige moeders
Vrouwelijke zelfstandigen die net bevallen zijn en die na hun bevallingsverlof hun activiteiten hervatten, kunnen gebruik maken van gratis dienstencheques. Met deze cheques worden bepaalde huishoudelijke taken betaald.
Moederschapshulp wordt toegekend aan vrouwelijke zelfstandigen die aan volgende voorwaarden voldoen:
  • De aanvraagster moet zelfstandige/helpster of meewerkende echtgenote zijn op het moment van de bevalling en haar activiteit verder zetten na de periode van moederschapsrust hetzij als zelfstandige hetzij als loontrekkende (minstens halftijds)
  • Het kind is ingeschreven op het adres van de moeder
  • De zelfstandige moeder moet minstens de minimumbijdrage als hoofdberoep of deze van het maxi-statuut als meewerkende echtgenote betalen
  • De sociale bijdragen voor de twee kwartalen voorafgaand aan de geboorte moeten betaald zijn
  • De vrouwelijke zelfstandige vervult de voorwaarden om te genieten van een moederschapsuitkering bij haar ziekenfonds.
Om de cheques aan te vragen volstaat het om je sociaal verzekeringsfonds een brief, fax of mail te sturen. Een aanvraag moe ingediend worden ten vroegste vanaf de 6e maand van de zwangerschap en ten laatste op het einde van 15e week volgend op de bevalling.

Door het betalen van de sociale bijdragen is de zelfstandige en zijn gezin verzekerd tegen de risico’s van ziekte en invaliditeit.

Verzekering voor geneeskundige verzorging
Alle personen met een zelfstandig hoofdberoep zijn verzekerd voor de gezondheidszorgen. Ook je echtgenoot en je kinderen kunnen hiervan genieten. De uitbetaling van doktersbriefjes blijft verder via het ziekenfonds verlopen.

De ziekteverzekering draagt de kosten voor geneeskundige verzorging. Sommige categorieën van zelfstandigen kunnen aanspraak maken op verhoogde tegemoetkomingen, zoals weduwen en weduwnaars, invaliden, gepensioneerden, wezen.

Moederschapsuitkering
Vrouwelijke zelfstandigen en meewerkende echtgenotes hebben na een bevalling recht op een moederschapsuitkering. De moederschapsrust duurt maximaal 8 weken of 9 weken indien het een meervoudige bevalling is. Deze uitkering vraag je aan bij de adviserend geneesheer van het ziekenfonds met een attest dat de bevalling bevestigt of met een uittreksel van de geboorteakte.
De moederschapsrust wordt niet als een geval van arbeidsongeschiktheid beschouwd.
Er kan voor deze periode dan ook geen uitkering wegens arbeidsongeschiktheid gevraagd worden.
Er is ook bij adoptie recht op een uitkering van het ziekenfonds.

Verzekering arbeidsongeschiktheid
Als zelfstandige ben je eveneens verzekerd voor arbeidsongeschiktheid bij het ziekenfonds en kun je aanspraak maken op uitkeringen. Vergeet niet bij je ziekenfonds tijdig aangifte te doen van je arbeidsongeschiktheid, d.w.z. binnen 28 dagen na de aanvang ervan. Het bedrag hangt af van de duur van de ongeschiktheid en de gezinssituatie.

Arbeidsongeschiktheid kan twee vormen aannemen:

  • primaire arbeidsongeschiktheid
    Indien je gezondheidsproblemen hebt waardoor je je beroepsactiviteit moet stopzetten val je onder de primaire arbeidsongeschiktheid. Tijdens deze periode krijg je een dagvergoeding vanaf de 2de tot de 12de maand van de ongeschiktheid.
  • invaliditeit
    Wie vanaf het 2de jaar ongeschiktheid niet meer in staat is zijn eigen beroep of eender welk beroep uit te oefenen, valt onder invaliditeit. De beoordeling gebeurt door de adviserende geneesheer van het Rijksinstituut voor ziekte- en invaliditeitsverzekeringen (RIZIV). Wanneer je gezinslast hebt en je handicap dermate belangrijkheid is dat je hulp nodig hebt van derden, heb je recht op een bijkomende dagvergoeding.

Het rustpensioen
Zelfstandigen hebben recht op een rustpensioen voor de jaren waarvoor ze bijdragen als hoofdberoep hebben betaald aan hun sociaal verzekeringsfonds of de jaren die daarmee gelijkgesteld worden. De pensioenleeftijd is 65 jaar. Zowel mannen als vrouwen kunnen het vervroegd rustpensioen aanvragen.

Ingangsdatum
pensioen
Minimum leeftijd/
loopbaanvoorwaarde
Versoepeling
lange loopbaan
2016 62 jaar/
40 jaren
42 jaar = 60 jaren
41 jaar = 61 jaar

 

Wens je op pensioen te gaan op de normale pensioenleeftijd dan moet je daarvoor geen aanvraag meer indienen.
De aanvraag voor een vervroegd pensioen moet wel nog zelf ingediend worden bij het gemeentebestuur van de woonplaats of rechtstreeks bij de diensten van het Rijksinstituut voor de sociale verzekeringen der zelfstandigen (R.S.V.Z.) of elektronisch via de website www.pensioenaanvraag.be.
Deze aanvraag kan ten vroegste gedaan worden vanaf één jaar voor de vooropgestelde ingangsdatum van het vervroegd pensioen.
Om de uitbetaling te bekomen zijn bijzondere voorwaarden voorzien afhankelijk van de leeftijd. Het pensioen mag niet gecumuleerd worden met andere uitkeringen zoals werkloosheid of arbeidsongeschiktheid.

Het overlevingspensioen
Het overlevingspensioen is het pensioen dat na het overlijden van de zelfstandige wordt uitgekeerd aan de weduwe of weduwnaar. Het overlevingspensioen is beperkt in de tijd en kan onbeperkt gecumuleerd worden met beroepsinkomsten.
De beperking is 12 maanden indien er geen kinderlast is. Is er wel kinderlast dan krijgt de overlevende partner de uitkering gedurende 24 maanden. Na afloop van de overgangsuitkering wordt een recht op werkloosheid geopend als de betrokkene geen beroepsinkomsten zou hebben.

Iedere gefailleerde zelfstandige (handelaar, vrij beroep, zaakvoerder, bestuurder en werkend vennoot van een handelsvennootschap die failliet werd verklaard), heeft een overbruggingsrecht.

Je hebt recht op:

  • een maandelijkse uitkering gedurende maximum 12 maanden;
  • de ziekteverzekering (geneeskundige zorgen) en gezinsbijslag gedurende maximum 4 kwartalen, zonder bijdragebetaling.
    Deze uitkering kan meerdere malen in de beroepsloopbaan worden aangevraagd op voorwaarde dat de totale periode aan uitkeringen niet meer dan 12 maanden bedraagt gedurende de ganse loopbaan.

Cumulatief moet aan volgende voorwaarden worden voldaan:

  • verzekeringsplichtig zijn geweest in het sociaal statuut voor zelfstandigen gedurende minstens vier kwartalen voorafgaand aan de eerste dag van het kwartaal dat volgt op datgene van stopzetting ingevolge faillietverklaring;
  • voor bovenvermelde periode van verzekeringsplicht, bijdragen verschuldigd zijn in de categorie hoofdberoep;
  • geen beroepsactiviteit uitoefenen of geen recht hebben op een vervangingsinkomen;
  • de hoofdverblijfplaats in België hebben;
  • niet strafrechtelijk zijn veroordeeld op grond van de artikelen 489, 489bis en 489ter van het Strafwetboek.

De zelfstandige die beroep wenst te doen op het overbruggingsrecht moet een aanvraag indienen bij het sociaal verzekeringsfonds.

Vrijstelling verleend door de Commissie
In de schoot van de FOD Sociale Zekerheid bestaat de Commissie voor Vrijstelling van Bijdragen (CVB). De zelfstandige (hoofdberoep, meewerkende echtgeno(o)t(e) en gepensioneerde met of zonder toegelaten activiteit) die financiële problemen heeft of tegenslagen had en daardoor in een staat van behoefte verkeert, kan vrijstelling van bijdragen aanvragen.
Voor de vrijgestelde kwartalen blijft de sociale bescherming bestaan maar wordt geen pensioen opgebouwd.
De aanvraag kan enkel betrekking hebben op bijdragen waarvan de vordering niet ouder is dan één jaar.

ZELFSTANDIGE IN HOOFDBEROEP
Ieder natuurlijk persoon die een activiteit uitoefent, dat een beroepsinkomen kan opleveren, zonder hiervoor verbonden te zijn door een arbeidsovereenkomst (arbeiders, bedienden of ambtenaren), wordt als zelfstandige in hoofdberoep beschouwd.

ZELFSTANDIG IN BIJBEROEP
Je kan een zelfstandige activiteit combineren met een andere activiteit. Je bent dan zelfstandig in bijberoep. Je zal dan in de meeste gevallen minder sociale bijdragen betalen omdat je sociale zekerheid hebt in de andere activiteit.

Combinatie werknemer in de privésector en zelfstandige activiteit.
De zelfstandige activiteit wordt uitgeoefend in bijberoep wanneer de zelfstandige daarnaast minstens 5/10e werkt in de privésector en minstens 235 uur per kwartaal presteert.

Combinatie statutaire tewerkstelling bij overheid (excl. onderwijs, incl. NMBS) en zelfstandige activiteit.
De zelfstandige activiteit wordt uitgeoefend in bijberoep wanneer de zelfstandige daarnaast jaarlijks minstens 8 maanden of 200 dagen en minstens halftijds vastbenoemd werkt bij de overheid.

Combinatie onderwijsopdracht en zelfstandige activiteit.
Een zelfstandige activiteit in bijberoep kan in combinatie met een onderwijsopdracht van minstens 6/10e van een volledig uurrooster voor een benoemde leerkracht en minstens 5/10e voor niet-benoemde leerkrachten.

Combinatie vervangingsinkomen en zelfstandige activiteit.
De zelfstandige activiteit wordt uitgeoefend in bijberoep wanneer de zelfstandige een vervangingsinkomen geniet, bv. ziekte-en invaliditeitsuitkering als loontrekkende, werkloosheidsuitkering, tijdskrediet, conventioneel brugpensioen.

ZELFSTANDIG HELPER
Ook een zelfstandig helper is onderworpen aan het sociaal statuut voor zelfstandigen en moet zich aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds.

Wie is helper?
Ieder natuurlijk persoon die een zelfstandige bijstaat of vervangt in de uitoefening van zijn beroep, zonder hiervoor door een arbeidsovereenkomst te zijn verbonden, is helper. Het bepalend criterium is dus de afwezigheid van een arbeidsovereenkomst.
Wanneer zou blijken dat de helper in werkelijkheid toch in ondergeschikt verband de zelfstandige helpt, wordt hij beschouwd als werknemer (stelsel RSZ) en valt hij niet onder het toepassingsgebied van het sociaal statuut voor zelfstandigen.
De zelfstandige die geholpen wordt, is noodzakelijkerwijze een natuurlijk persoon.
Een rechtspersoon kan niet worden vervangen of bijgestaan.
De helper en de zelfstandige hoeven geen verwanten te zijn.

Speciale regeling voor beginnende jonge helpers.
Beginnende jonge helpers zijn slechts verzekeringsplichtig vanaf 1 januari van het jaar waarin ze 20 jaar worden. Als ze voordien huwen zijn ze verzekeringsplichtig vanaf het kwartaal van het huwelijk.
Helpers die niet verzekeringsplichtig zijn:

  • ongehuwde helpers vóór 1 januari van het jaar waarin ze 20 jaar worden;
  • toevallige helpers, die hun activiteit minder dan 90 dagen per jaar en op niet-regelmatige wijze uitoefenen

MEEWERKENDE ECHTGENOOT (M/V) OF PARTNER
De wetgever gaat ervan uit dat de echtgenoot een meewerkende echtgenoot is wanneer hij of zij:

  • geen eigen inkomen heeft uit een andere beroepsactiviteit;
  • geen vervangingsinkomen heeft dat recht geeft op een volwaardige dekking in de sociale zekerheid;
  • effectief meehelpt in de zaak van de zelfstandige.

De echtgenoot die de zelfstandige helemaal niet helpt of toevallig helpt (gedurende minder dan 90 dagen per jaar en op niet-regelmatige basis) wordt niet als meewerkende echtgenoot beschouwd.
Ook diegene die met een zelfstandige samenwoont en een wettelijk samenlevingscontract heeft afgesloten, wordt als meewerkende echtgenoot beschouwd.
De echtgenoot (m/v) van een bedrijfsleider in een vennootschap is geen meewerkende echtgenoot.
Wie aandelen in een vennootschap heeft en meewerkt, is werkend vennoot en moet als zelfstandige verzekerd zijn.

Het mini-statuut (enkel mogelijk voor personen geboren vóór 1/1/1956)
De meewerkende echtgenoot (m/v) van een zelfstandige moet zich verzekeren voor de minimale dekking door aan te sluiten bij het sociale verzekeringsfonds van de echtgenoot.
Zo is hij/zij verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid (inclusief moederschapsuitkering) en invaliditeit. Voor die risico’s zijn er geen afgeleide rechten via de gehuwde partner.
De sociale bijdragen worden berekend op het beroepsinkomen van de hoofdzelfstandige.

Het maxi-statuut (voor personen geboren na 1/1/1956)
Het maxi-statuut geeft recht op kinderbijslag, pensioen, moederschapsuitkering, verzekering tegen arbeidsongeschiktheid en invaliditeitsverzekering. Zoals bij het mini-statuut dient de meewerkende partner zich aan te sluiten bij het sociaal verzekeringsfonds van de echtgenoot (m/v).
De sociale bijdragen zullen worden berekend op het fiscaal meewerkinkomen dat de zelfstandige heeft toegekend aan zijn of haar echtgenoot. Wanneer een echtgenoot in het maxistatuut stapt, bevindt hij/zij zich in het begin van een activiteit en betaalt dan voorlopige bijdragen.
Deze voorlopige bijdragen worden geregulariseerd zodra de fiscus het werkelijke netto beroepsinkomen aan Incozina meedeelt.

MANDATARISSEN IN VENNOOTSCHAPPEN
Niet elk mandaat dat binnen een vennootschap wordt uitgeoefend geeft aanleiding tot onderwerping aan het sociaal statuut voor zelfstandigen.

  • Stille vennoot: geen onderwerpingsplicht want hij/zij brengt enkel kapitaal in de vennootschap.
  • Werkend vennoot: onderwerpingsplicht.
  • Zaakvoerder/bestuurder: onderwerpingsplicht tenzij ze het kosteloos mandaat zowel in feite als in rechte kunnen aantonen. Dat doen ze door in feite geen materieel voordeel uit het mandaat te halen, ook geen voordeel in natura en in rechte: via de statuten of via een beslissing van de algemene vergadering stipuleren dat het mandaat zonder voorbehoud onbezoldigd is.
  • Commissaris en commissaris-revisor:onderwerpingsplicht
  • Vereffenaar: onderwerpingsplicht.

Wie moet aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds?
Als je werkt als zelfstandige, helper van een zelfstandige of beoefenaar van een vrij beroep, in hoofdberoep of in bijberoep, ben je onderworpen aan het sociaal statuut voor zelfstandigen.
Een startende zelfstandige moet zich daarom aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds ten laatste op de dag van aanvang van de zelfstandige activiteit. Bij het sociaal verzekeringsfonds betaal je per kwartaal een bijdrage gebaseerd op je inkomen. Je krijgt daarvoor een volwaardige sociale bescherming.

Moeten zich niet aansluiten:

  • journalisten, perscorrespondenten en genieters van auteursrechten indien zij genieten van een sociaal statuut dat minstens evenwaardig is aan dat van de zelfstandigen of als zij de pensioenleeftijd bereikt hebben;
  • mandatarissen van een vennootschap die onbezoldigd zijn in rechte en in feite en daarnaast geen andere zelfstandige activiteit uitoefenen.

Sociale bijdragen
Vanaf 1 januari 2015 geldt er een nieuwe berekeningswijze voor de sociale bijdragen. De definitieve sociale bijdragen worden berekend op het inkomen van het bijdragejaar zelf, en niet meer op het inkomen van 3 jaar terug. Het inkomen van drie jaar terug dient om de voorlopige bijdragen te berekenen.
De zelfstandige heeft de keuze uit drie mogelijkheden. Hij kan kiezen om de voorlopige bijdragen te betalen, te verhogen of te verlagen.

VOORLOPIGE BIJDRAGEN BETALEN
De zelfstandige betaalt de voorlopige bijdragen wanneer hij vermoedt dat zijn inkomen hetzelfde zal zijn als dat van 3 jaar terug.

VERHOOGDE BIJDRAGEN BETALEN
De zelfstandige betaalt verhoogde bijdragen als hij vermoedt dat zijn inkomen hoger zal liggen als dat van 3 jaar terug. Verhoogde bijdragen kunnen betaald worden door een spontane storting. Wanneer er nog onbetaalde bijdragen zijn, dan zal het sociaal verzekeringsfonds eerst de nog openstaande schulden aanzuiveren.
Enkel het eventuele saldo zal dan als een verhoogde bijdrage worden beschouwd. Met dit saldo wordt een reserve opgebouwd.

VERLAAGDE BIJDRAGEN BETALEN
De zelfstandige betaalt verlaagde bijdragen als hij vermoedt dat zijn inkomen lager zal liggen als dat van 3 jaar terug. De zelfstandige moet hiervoor een officiële aanvraag indienen bij zijn sociaal verzekeringsfonds.
Verlaging is maar mogelijk als het inkomen daalt onder één van de wettelijk vastgelegde drempels én als aan de hand van objectieve elementen wordt bewezen waarom het inkomen daalt (wegenwerken, ziekte, ongeval, crisis in de sector,…).
Het sociaal verzekeringsfonds beoordeelt autonoom de vraag tot verlaging van de bijdragen.

DEFINITIEVE BIJDRAGEN
Van zodra het definitieve inkomen gekend is -normaal zal dat 2 jaar later zijn- volgt een regularisatie. Bij de regularisatie worden de voorlopige bijdragen omgezet naar definitieve bijdragen.
De zelfstandige zal dan bijdragen moeten bijbetalen of teveel betaalde bijdragen terugkrijgen. Wanneer de zelfstandige verhoogde bijdragen betaalde werd dit in een opgebouwde reserve opgenomen. Deze reserve zal worden gebruikt voor een latere regularisatie.

STARTENDE ZELFSTANDIGEN
Voor startende zelfstandigen is er geen inkomen gekend van 3 jaar geleden. Er kan dus geen voorlopige bijdrage worden voorgesteld op basis van het inkomen van 3 jaar terug.
Een startende zelfstandige betaalt de eerste drie volledige kalenderjaren van zijn zelfstandige activiteit een forfaitair minimum of een vrijwillig verhoogde bijdrage. Deze bijdragen zullen later geregulariseerd worden als het inkomen van het jaar zelf gekend is.

AANVRAAG VRIJSTELLING OF VERMINDERING SOCIALE BIJDRAGEN (art. 37)
Bepaalde zelfstandigen in hoofdberoep komen in aanmerking voor een vermindering of vrijstelling van bijdragen indien hun inkomsten bepaalde grenzen niet overschrijden:

  • Gehuwden, weduwen en weduwnaars, die recht op sociale zekerheid hebben in een ander stelsel dat minstens gelijkwaardig is aan dat van de zelfstandigen
  • Studenten jonger dan 25 jaar die cursussen volgen of een stage doormaken om benoemd te worden in een openbaar ambt, of die, hoewel hij/zij geen verplichte cursussen meer volgt een verhandeling bij het einde van hogere studies voorbereidt.

Het statuut van art. 37 komt overeen met het statuut van een zelfstandige in bijberoep, er worden geen sociale rechten opgebouwd.

WETTELIJKE AANSLUITINGSVERPLICHTING
Alle vennootschappen die onderworpen zijn aan de Belgische vennootschapsbelasting of aan de belasting van de niet-verblijfshouders moeten, binnen de 3 maand na oprichting, aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds en een jaarlijkse bijdrage betalen.

Deze verplichting vervalt van zodra de vennootschap zich in volgende toestand bevindt:

  • bij vonnis van de Rechtbank van Koophandel failliet verklaard zijn;
  • het voorwerp uitmaken van een gerechtelijk akkoord dat door de Rechtbank van Koophandel werd gehomologeerd en niet werd vernietigd of ontbonden;
  • zich bevindt in een toestand van vereffening en de vereffeningswijze gepubliceerd werd in het Belgisch Staatsblad.

WELKE BIJDRAGE IS VERSCHULDIGD?
De bijdrage is afhankelijk van het balanstotaal van het voorlaatste afgesloten boekjaar. Dit balanstotaal wordt ons door de Nationale Bank van België via het Rijksinstituut voor de sociale verzekeringen der zelfstandigen (RSVZ) ter beschikking gesteld.