fbpx

Hoe start je als zelfstandige?

Als beginnend ondernemer of starter heb je ongetwijfeld een aantal vragen. Zelfstandig worden gaat immers gepaard met het maken van keuzes en het vervullen van tal van startersformaliteiten. Waag je de sprong? Laat je dan begeleiden. Vind hier een antwoord op enkele veelgestelde vragen betreffende zelfstandig worden of contacteer Incozina.

Starten, hoe begin je eraan?

Het ondernemingsnummer is een uniek nummer dat ondernemingen krijgen als ze zich inschrijven in de KBO. Het wordt gebruikt bij de uitwisseling van gegevens tussen ondernemingen en de overheid. Het ondernemingsnummer is tevens het btw-nummer van de commerciële onderneming. Het ondernemingsloket speelt hier een cruciale rol.

Meer weten? Neem vrijblijvend contact met ons op.

Als zelfstandige moet je een zichtrekening openen. Deze rekening moet op jouw naam staan of op naam van de vennootschap. Het nummer van deze rekening en de naam van de financiële instelling dienen vermeld te worden op alle facturen, brieven, bestelbonnen, enz…

Wie in Vlaanderen start met een eigen zaak dient geen beroepskennis of bedrijfsbeheer meer te bewijzen. In Brussel en Wallonië is er nog geen volledige afschaffing van beroepskennis en bedrijfsbeheer.

Wie een vrij beroep start, moet zich vooraf bij een ondernemingsloket inschrijven in de KBO. Ook rechtspersonen die het ondernemingsnummer ontvingen bij de neerlegging van de statuten, moeten zich tot een ondernemingsloket wenden. Het loket schrijft de basisgegevens, de activiteiten en de vestigingseenheden in. Na de inschrijving vraag je een toelating aan bij de Orde, het Instituut of de Kamer, indien je hieraan onderworpen bent, of bij de FOD Economie voor landmetersexperts of via een automatische link met de FOD Volksgezondheid voor de medische en paramedische vrije beroepen.

De eerste inschrijving voor beoefenaars van een vrij beroep is gratis. Er is vrijstelling van bedrijfsbeheer en beroepskennis.
Van wie op 30 juni 2009 reeds een vrij beroep uitoefende, werden de gegevens door de overheid automatisch ingeladen in de KBO.

Inwoners uit de Europese Economische Ruimte (EER=de Europese Unie, Noorwegen, IJsland en Liechtenstein) kunnen vrij een zelfstandige beroepsactiviteit uitoefenen in België. Ze moeten uiteraard voldoen aan dezelfde beroepskwalificaties als de Belgen. De praktijkervaring die als zelfstandige werd opgedaan in een EER-lidstaat of in Zwitserland kan hiervoor in aanmerking komen. Er moet een EG-verklaring voorgelegd worden met de jaren praktijkervaring, eventueel aangevuld met een voorafgaande opleiding. Een EG-verklaring wordt steeds afgeleverd op naam van een natuurlijk persoon. Ook buitenlandse diploma’s van een in het buitenland erkende opleidingsinstelling kunnen in aanmerking komen. Zo’n diploma wordt aanvaard als het gelijkwaardig verklaard is.

Wie niet behoort tot de EER en in België een onderneming in eigen naam wil starten, moet een verblijfsvergunning bezitten, houder zijn van een beroepskaart iof vrijgesteld zijn van de verplichting een beroepskaart te hebben. Praktijkervaring in het buitenland kan bewezen worden door een uittreksel uit het handelsregister of een equivalent en door een sociaal of fiscaal document.

Voor bepaalde beroepen gelden bijkomende verplichtingen. Afhankelijk van de aard van de activiteit zijn extra vergunningen of een registratie nodig:

  • Federaal Agentschap voor Voedselveiligheid (FAVV);
  • Vervoervergunning;
  • Vergunningen sterke dranken en/of gegiste dranken;
  • Leurkaart/foorkaart.

Na de inschrijving in de KBO laat de ondernemer die BTW-plichtig is, zijn ondernemingsnummer activeren zodat het ondernemingsnummer tevens de functie krijgt van BTW-nummer. De aangifte gebeurt elektronisch en heeft als voordeel dat de gegevens onmiddellijk in het bestand van de BTW-administratie terechtkomen.

NATUURLIJKE PERSONEN

  • inschrijving in de Kruispuntbank voor ondernemingen (KBO) en aanvraag ondernemingsnummer
  • controle op vestigingsvoorwaarden en nodige voorafgaandelijke vergunningen (alleen voor Wallonië en Brussel).
  • wijziging van gegevens bij de KBO.

RECHTSPERSONEN

Rechtspersonen gaan verplicht naar de griffie van de Rechtbank van Koophandel voor de neerlegging van statuten en akten van benoeming, en alle wijzigingen ter zake, waaruit de KBO de identificatiegegevens van de onderneming haalt. Ze verkrijgen hun ondernemingsnummer via de griffie van de Rechtbank van Koophandel.

Ze komen daarna verplicht naar het ondernemingsloket voor:

  • de controle over de vestigingsvoorwaarden en de voorafgaandelijke vergunningen
  • de inschrijving van de vestigingseenheid
  • alle wijzigingen die hierop betrekking hebben.


AANVULLENDE DIENSTEN

Zowel natuurlijke personen als rechtspersonen kunnen bij het ondernemingsloket terecht voor aanvullende diensten:

  • activering/wijziging/stopzetting btw: via een elektronische link met de btw-administratie;
  • aanvraag vergunningen en registraties
  • neerlegging aktes van vennootschappen (uitgezonderd oprichtingsakte)
  • uittreksel uit de KBO.

Tarieven Ondernemingsloket

Incozina is een sociaal verzekeringsfonds en verzorgt in opdracht van de overheid jouw sociale zekerheid als zelfstandige. De belangrijkste taak van een sociaal verzekeringsfonds is de berekening en inning van jouw sociale bijdragen, waardoor je recht hebt op sociale bescherming als zelfstandige. Wij zorgen ervoor dat dit allemaal in goede banen wordt geleid. Als zelfstandige ben je verplicht om je aan te sluiten bij een sociaal verzekeringsfonds.

Door de betaling van de sociale bijdragen open en behoud je rechten op terugbetaling van medische zorg en een uitkering in geval van ziekte en moederschap.

Ben je reeds aangesloten bij een ziekenfonds als hoofdverzekerde ? Uw ziekenfonds krijgt van Incozina een elektronisch attest toegestuurd en zal uw dossier aanpassen.
Ben je aangesloten als persoon ten laste? Je ziekenfonds ontvangt een elektronisch attest en zal je contacteren. Je hebt echter de vrijheid om een eigen ziekenfonds te kiezen. Meld je aan met ons attest van aansluiting als zelfstandige om een inschrijving te tekenen.

Kom je van het buitenland en ben je voor de eerste keer onderworpen aan de Belgische sociale zekerheid, meld je aan bij een Belgisch ziekenfonds met ons attest van aansluiting als zelfstandige.

Dit kan je hier doen.

Een ondernemingsvorm kiezen

Een eenmanszaak is een onderneming die door een natuurlijk persoon wordt opgericht. Omdat de onderneming en de oprichter samenvallen, heeft deze ondernemingsvorm een aantal nadelen zoals de onbeperkte aansprakelijkheid: het vermogen van de onderneming is niet gescheiden van dat van zijn oprichter. Concreet betekent dit dat schuldeisers het privévermogen van de oprichter en zelfs van zijn echtgeno(o)t(e) in beslag kunnen nemen. De administratieve formaliteiten zijn wel veel beperkter.

VOORDELEN

  • Weinig opstartformaliteiten
  • Grote flexibiliteit
  • Geen minimum kapitaal

NADELEN

  • Onbeperkte aansprakelijkheid
  • Minder fiscale optimalisaties mogelijk
  • Moeilijk overdraagbaar

Je kan er voor kiezen om je activiteiten te structuren in een vennootschap. Deze vorm is interessant als je met verschillende personen een onderneming wilt opstarten, maar kan ook gebruikt worden door één persoon. Er ontstaat dan een nieuwe rechtspersoon met een eigen vermogen dat los staat van de oprichters.

VOORDELEN

  • Meer fiscale instrumenten
  • Beperkte aansprakelijkheid
  • Minder financiële risico’s

NADELEN

  • Opstartkapitaal nodig
  • Meer administratieve en wettelijke verplichtingen
  • Minder flexibiliteit

Wie vanaf 1 mei 2019 een vennootschap opricht, valt onder de nieuwe wetgeving. Voor de bestaande vennootschappen is een overgangsregeling voorzien.

De drie voornaamste wijzigingen zijn:

  1. Er zijn minder vennootschapsvormen

Er blijven nog slechts vier vennootschapsvormen over:

De maatschap: de vof en de gewone cv worden hierin geïntegreerd.

  • aantrekkelijk door zijn eenvoudige oprichting
  • risicovoller door de persoonlijke en onbeperkte aansprakelijkheid

De coöperatieve vennootschap (cv):

  • minstens drie aandeelhouders
  • allemaal beperkt aansprakelijk

De besloten vennootschap (bv): de vroegere bvba

  • interessant voor Kmo’s
  • geen startkapitaal vereist

De naamloze vennootschap (nv):

  • voor grote bedrijven
  • startkapitaal vereist van 61.500 euro.

Andere vennootschapsvormen worden afgeschaft

  • éénpersoonsbvba (ebvba)
  • startersbvba (s-bvba)
  • coöperatieve vennootschap met onbeperkte aansprakelijkheid (cvoa)
  • commanditaire vennootschap op aandelen (CVA)
  • landbouwvennootschap (lv)
  • stille vennootschap
  • tijdelijke vennootschap
  • economische samenwerkingsverband (esv)

Een aantal minder bekende vormen behouden:

  • Europees economisch samenwerkingsverband (eesv),
  • Europese vennootschap (se)
  • Europese coöperatieve vennootschap (sce).

Deze vennootschapsvormen vallen onder de Europese regelgeving en kunnen dus niet door de Belgische overheid aangepast worden.

  1. De afschaffing van het verschil tussen burgerlijke en handelsvennootschappen

Het onderscheid tussen handelsvennootschappen, die een commercieel doel hebben (bv. een bouwbedrijf), en burgerlijke vennootschappen, die geen commercieel doel hebben (bv. de praktijk van twee artsen), valt weg. Alle vennootschappen, vzw’s en stichtingen worden voortaan beschouwd als ondernemingen. Een gevolg daarvan is dat burgerlijke vennootschappen en vzw’s ook het faillissement zullen kunnen aanvragen.

  1. De opname van de verenigingen

De verenigingen vallen ook onder het toepassingsgebied van de nieuwe wet. Niet de aard van de activiteiten, maar het nastreven van winstuitkering wordt na de hervorming het enige criterium om vennootschappen en verenigingen te onderscheiden. Een vereniging mag dus winst maken maar mag die niet uitkeren aan oprichters, bestuurders of leden.

En wat met de bestaande vennootschappen?

Daarvoor is een overgangsperiode voorzien. Ze krijgen tot 2024 de tijd om hun statuten volledig in overeenstemming te brengen met het nieuwe vennootschapsrecht. Doen ze dat niet, dan wordt hun onderneming automatisch omgevormd naar de meest conforme vorm.

Als je een vennootschap wilt oprichten is er een oprichtingsakte nodig. Daarin staat wie de oprichters zijn, het maatschappelijk adres, kapitaal, het doel van de vennootschap (activiteiten van de vennootschap), datum van de algemene vergadering, de aandelenverdeling, wie de zaakvoerders zijn, of ze bezoldigd zijn, wie volmacht heeft enz.

OPRICHTINGSAKTE VENNOOTSCHAP

Het soort oprichtingsakte hangt af van de vennootschapsvorm:

Een authentieke of notariële akte is vereist voor een nv, bvba of cvba: je moet dan langsgaan bij een notaris die deze akte zal opstellen.
Een onderhandse akte volstaat voor andere vennootschapsvormen: jezelf of je boekhouder kan de oprichtingsakte opmaken.

NEERLEGGING BIJ DE GRIFFIE EN INSCHRIJVING IN DE KRUISPUNTBANK VAN ONDERNEMINGEN

De oprichtingsakte moet neergelegd worden bij de griffie van de Rechtbank van koophandel van het arrondissement waar de maatschappelijk zetel van de vennootschap gevestigd is. De griffie zal na neerlegging de tekst publiceren in het Belgisch Staatsblad en het ondernemingsnummer creëren in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO). Daarna zal het ondernemingsloket je helpen met de verdere inschrijving in de KBO.

Niet elk mandaat dat binnen een vennootschap wordt uitgeoefend geeft aanleiding tot onderwerping aan het sociaal statuut voor zelfstandigen.

  • Stille vennoot: geen onderwerpingsplicht want hij/zij brengt enkel kapitaal in de vennootschap
  • Werkend vennoot: onderwerpingsplicht
  • Zaakvoerder/bestuurder: onderwerpingsplicht tenzij ze het kosteloos mandaat zowel in feite als in rechte kunnen aantonen. Dat doen ze door in feite geen materieel voordeel uit het mandaat te halen, ook geen voordeel in natura en in rechte: via de statuten of via een beslissing van de algemene vergadering stipuleren dat het mandaat zonder voorbehoud onbezoldigd is
  • Commissaris en commissaris-revisor: onderwerpingsplicht
  • Vereffenaar: onderwerpingsplicht

Hoofdberoep vs. bijberoep

Ieder natuurlijk persoon die een activiteit uitoefent, dat een beroepsinkomen kan opleveren, zonder hiervoor verbonden te zijn door een arbeidsovereenkomst (arbeiders, bedienden of ambtenaren), wordt als zelfstandige in hoofdberoep beschouwd.

Je kan een zelfstandige activiteit combineren met een andere activiteit. Je bent dan zelfstandig in bijberoep. Je zal dan in de meeste gevallen minder sociale bijdragen betalen omdat je sociale zekerheid hebt in de andere activiteit.

Combinatie werknemer in de privésector en zelfstandige activiteit.
De zelfstandige activiteit wordt uitgeoefend in bijberoep wanneer de zelfstandige daarnaast minstens 5/10e werkt in de privésector en minstens 235 uur per kwartaal presteert.

Combinatie statutaire tewerkstelling bij overheid (excl. onderwijs, incl. NMBS) en zelfstandige activiteit.
De zelfstandige activiteit wordt uitgeoefend in bijberoep wanneer de zelfstandige daarnaast jaarlijks minstens 8 maanden of 200 dagen en minstens halftijds vastbenoemd werkt bij de overheid.

Combinatie onderwijs en zelfstandige activiteit.
Een zelfstandige activiteit in bijberoep kan in combinatie met een onderwijsopdracht van minstens 6/10e van een volledig uurrooster voor een benoemde leerkracht en minstens 5/10e voor niet-benoemde leerkrachten.

Combinatie vervangingsinkomen en zelfstandige activiteit.
De zelfstandige activiteit wordt uitgeoefend in bijberoep wanneer de zelfstandige een vervangingsinkomen geniet, bv. ziekte-en invaliditeitsuitkering als loontrekkende, werkloosheidsuitkering, tijdskrediet, conventioneel brugpensioen.

Ook een zelfstandig helper is onderworpen aan het sociaal statuut voor zelfstandigen en moet zich aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds.

Wie is helper?
Ieder natuurlijk persoon die een zelfstandige bijstaat of vervangt in de uitoefening van zijn beroep, zonder hiervoor door een arbeidsovereenkomst te zijn verbonden, is helper. Het bepalend criterium is dus de afwezigheid van een arbeidsovereenkomst. Wanneer zou blijken dat de helper in werkelijkheid toch in ondergeschikt verband de zelfstandige helpt, wordt hij beschouwd als werknemer (stelsel RSZ) en valt hij niet onder het toepassingsgebied van het sociaal statuut voor zelfstandigen. De zelfstandige die geholpen wordt, is noodzakelijkerwijze een natuurlijk persoon. Een rechtspersoon kan niet worden vervangen of bijgestaan. De helper en de zelfstandige hoeven geen verwanten te zijn.

Speciale regeling voor beginnende jonge helpers.
Beginnende jonge helpers zijn slechts verzekeringsplichtig vanaf 1 januari van het jaar waarin ze 20 jaar worden. Als ze voordien huwen zijn ze verzekeringsplichtig vanaf het kwartaal van het huwelijk. Helpers die niet verzekeringsplichtig zijn:

ongehuwde helpers vóór 1 januari van het jaar waarin ze 20 jaar worden;
toevallige helpers, die hun activiteit minder dan 90 dagen per jaar en op niet-regelmatige wijze uitoefenen

De wetgever gaat ervan uit dat de echtgenoot een meewerkende echtgenoot is wanneer hij of zij:

geen eigen inkomen heeft uit een andere beroepsactiviteit;
geen vervangingsinkomen heeft dat recht geeft op een volwaardige dekking in de sociale zekerheid;
effectief meehelpt in de zaak van de zelfstandige.
De echtgenoot die de zelfstandige helemaal niet helpt of toevallig helpt (gedurende minder dan 90 dagen per jaar en op niet-regelmatige basis) wordt niet als meewerkende echtgenoot beschouwd.
Ook diegene die met een zelfstandige samenwoont en een wettelijk samenlevingscontract heeft afgesloten, wordt als meewerkende echtgenoot beschouwd. De echtgenoot (m/v) van een bedrijfsleider in een vennootschap is geen meewerkende echtgenoot. Wie aandelen in een vennootschap heeft en meewerkt, is werkend vennoot en moet als zelfstandige verzekerd zijn.

Het mini-statuut (enkel mogelijk voor personen geboren vóór 1/1/1956)
De meewerkende echtgenoot (m/v) van een zelfstandige moet zich verzekeren voor de minimale dekking door aan te sluiten bij het sociale verzekeringsfonds van de echtgenoot. Zo is hij/zij verzekerd tegen arbeidsongeschiktheid (inclusief moederschapsuitkering) en invaliditeit. Voor die risico’s zijn er geen afgeleide rechten via de gehuwde partner. De sociale bijdragen worden berekend op het beroepsinkomen van de hoofdzelfstandige.

Het maxi-statuut (voor personen geboren na 1/1/1956)
Het maxi-statuut geeft recht op kinderbijslag, pensioen, moederschapsuitkering, verzekering tegen arbeidsongeschiktheid en invaliditeitsverzekering. Zoals bij het mini-statuut dient de meewerkende partner zich aan te sluiten bij het sociaal verzekeringsfonds van de echtgenoot (m/v).

De sociale bijdragen zullen worden berekend op het fiscaal meewerkinkomen dat de zelfstandige heeft toegekend aan zijn of haar echtgenoot. Wanneer een echtgenoot in het maxistatuut stapt, bevindt hij/zij zich in het begin van een activiteit en betaalt dan voorlopige bijdragen. Deze voorlopige bijdragen worden geregulariseerd zodra de fiscus het werkelijke netto beroepsinkomen aan Incozina meedeelt.

Ieder natuurlijk persoon die een activiteit uitoefent, dat een beroepsinkomen kan opleveren, zonder hiervoor verbonden te zijn door een arbeidsovereenkomst (arbeiders, bedienden of ambtenaren), wordt als zelfstandige in hoofdberoep beschouwd.

Sociale bijdragen

Als zelfstandige ben je onderworpen aan het sociaal statuut van de zelfstandigen. Om die reden moet je, voor de aanvang van je activiteit, aansluiten bij een sociaal verzekeringsfonds voor zelfstandigen. Het sociaal verzekeringsfonds zal elk kwartaal jouw te betalen sociale bijdragen berekenen en je vragen deze bijdragen te betalen.

Wanneer je in orde bent met je sociale bijdragen dan open je sociale rechten:

  • kinderbijslag;
  • ziekte-en invaliditeitsverzekering;
  • moederschapsverzekering;
  • pensioen;
  • overbruggingsrecht (faillissementsverzekering);
  • uitkering mantelzorg.

Alle zelfstandigen in hoofdberoep openen deze sociale rechten wanneer zij hun bijdragen stipt betalen.

Zelfstandigen in bijberoep openen geen sociale rechten omdat zij naast hun zelfstandige activiteit nog een andere statuut hebben als werknemer of ambtenaar. Zij openen in dit statuut hun sociale rechten. Daarom betalen zelfstandigen in bijberoep geen of verlaagde sociale bijdragen.

De bijdragen van een bijdragejaar worden berekend op basis van de netto beroepsinkomsten van dat jaar. De berekening van de sociale bijdragen gebeurt in twee fases:

  • In het bijdragejaar zelf betaal je een voorlopige bijdrage op basis van je netto beroepsinkomsten van drie jaar voordien. Aan het begin van elk kalenderkwartaal (de maanden januari, april, juli en oktober) ontvang je een vervaldagbericht (of afrekening) met de bedragen die uiterlijk voor het einde van elk kwartaal moeten worden betaald.
  • De fiscus stelt later – meestal na twee jaar – de beroepsinkomsten van het bijdragejaar zelf vast. Je sociaal verzekeringsfonds maakt dan een eindafrekening van de sociale bijdragen op basis van je beroepsinkomsten van dat bijdragejaar.

Als starter heb je geen voorgaande jaren als zelfstandige. Je voorlopige bijdragen worden berekend op basis van een zelf aangegeven inkomen of op basis van het wettelijk  minimum.

Bepaalde zelfstandigen hoeven geen sociale bijdragen te betalen (zelfstandigen in bijberoep, gepensioneerden, studenten …) wanneer hun inkomen onder een bepaalde inkomensgrens blijft.

Hoe online je eigen zaak starten?

Nu je weet hoe je zelfstandig kan worden, ben je klaar om ervoor te gaan. Stel je droom niet langer uit en start nu je zaak online op in een handomdraai.  Aan de hand van een aantal eenvoudige vragen zet je snel de stap naar het zelfstandig worden en je eerste zaak oprichten. Weet je nog niet op alle vragen een antwoord? Geen probleem, een van onze medewerkers helpt je graag verder.

Zo makkelijk is zelfstandig worden! Door online je sociaal statuut in orde te brengen, verwerf je trouwens meteen enkele sociale rechten. Al raden we wie zelfstandig wil worden ook aan de verschillende aanvullende verzekeringen ernstig te overwegen.